Wat zij doen …

15. Inge

Vandaag deelt een blonde hoboïste haar stap naar een betere wereld met ons, en het was tof om haar verhaal te lezen en te mogen publiceren! Inge heeft een erg goed verhaal geschreven, met uiteraard een heel positieve stap die we (bijna) allemaal kunnen nemen!

Als student, sliep ik niet uit en hing ik niet maar wat rond in huis, maar ik was vaak van ’s ochtends tot ’s avonds op het conservatorium te vinden om te studeren (duh), kletsen, lezen, muziek maken, kortom: leven. Het conservatorium in Zwolle is maar klein en na verloop van tijd heb je het gevoel dat je iedereen daar wel kent. Omdat je tevens dezelfde passie (muziek) deelt, voel je je snel verbonden met elkaar. Dat is ook waar Inge en ik elkaar ontmoetten.

We hebben niet veel herinneringen samen, het is meer een ‘ons kent ons’-gevoel waar zij deel van is, maar het is leuk om een klein deel van haar leven nu mee te maken via Facebook. Ik vind het bijvoorbeeld geweldig om te zien dat ze met Melcher, een gitarist, is getrouwd, met wie ik tijdens die jaren een aantal behoorlijk vage filosofische gesprekken heb gevoerd in de kantine, waar ik me van de inhoud (gelukkig) niets meer van herinner. 😉

Erg leuk dus dat ze de moeite wilde nemen om haar verhaal met ons te delen. Heel veel leesplezier!

“‘Het is maar haar’
Dat zei ik pasgeleden tegen een collega die geschokte kreten slaakte bij mijn voornemen om voor de tweede keer mijn lange lokken kort te knippen voor Stichting Haarwensen. Pas toen ik naar huis fietste besefte ik dat ik geen ongepastere manier had kunnen vinden om mijn voornemen te verdedigen. Want haar is wel degelijk een issue, maar gelukkig niet voor mij.

Omdat het altijd moeiteloos fantastisch zit? Eh, nee. Dat zeker niet. Maar al zo lang ik me kan herinneren vormt mijn haar een uiterst betrouwbaar, constant onderdeel van mij: Het is blond, het is dik, het is veel en het groeit snel. In de zomer wordt het lichter, in de winter wordt het dof maar het kroest niet, pluist nauwelijks, valt niet uit en hangt niet slap.

Dus sprong ik er nonchalant mee om. Mijn haar beschermen tegen zon of chloorwater kwam nooit in me op. Na het wassen borstelde ik de klitten uit mijn natte haren tot mijn hoofdhuid er pijn van deed. Elastiekjes kocht ik goedkoop, met zo’n akelig metalen stuk, en liet ze rustig de hele nacht in. Ik droeg het afwisselend kort, lang, gekruld, in lagen en paars. Ja echt: paars. Het duurde meer dan een jaar voor de bij de drogist gekochte kleurspoeling (‘verdwijnt na 6 keer wassen’) eruit was. Daarna had ik genoeg van metamorfoses: Ik hield het schoon en dat was dat. Eens per jaar ging ik naar de kapper om de droge, dode punten te laten afknippen zodat ik er weer een poosje tegen kon.

En toen, begin 2013, las ik over Stichting Haarwensen. Een stichting die zich inzet voor kinderen en jongeren die door ziekte of medische behandeling hun haren verloren en er alles voor over zouden hebben om met een volle bos door het leven te gaan. Een stichting die echt haar inzamelt en daar prachtige pruiken van maakt om kosteloos te kunnen verstrekken aan jonge mensen die lijden aan haarverlies. Ademloos las ik het artikel uit en toen ik thuiskwam bezocht ik meteen hun website.

Terwijl ik meer te weten kwam over de stichting en de prachtige foto’s bekeek van blije ontvangers dacht ik aan al die dingen die ik als vanzelfsprekend zie.
Elke ochtend wakker worden met mijn haar uitgespreid op het kussen. Voor de spiegel staan dubben over mijn kapsel. De wind die aan mijn lokken trekt als ik fiets. De warme intimiteit van mijn lief die door mijn haren woelt en de manier waarop ik ons samen heel even in een gouden kooitje vang als ik me in bed over hem heen buig om hem te kussen. Ik dacht aan de vriendinnenavondjes in mijn pubertijd, aan hoe we voor het uitgaan uren doorbrachten met haarborstel (‘honderd keer kammen voor een mooie glans!’) en krultang (‘shit, volgens mij zit-ie vast!’). Ik dacht aan gedachteloos een sprintje trekken en aan onbevangen in het zwembad springen.

Ik besloot mijn haar nooit meer voor lief te nemen.

Hoe verdrietig moet het zijn om iedere ochtend wanhopig wakker te worden met losgeraakte plukken op je kussensloop? Om nauwelijks nog een kam door je haar te durven halen? Om bang te zijn voor wind en water op je hoofd, en om altijd, altijd ánders te zijn? De verhalen van de jonge mensen die te kampen hebben met kaalheid deden me beseffen dat zij stuk voor stuk misten wat voor mij zo vanzelfsprekend was: De mogelijkheid om op te gaan in de massa.

Nieuwsgierig doorklikkend, las ik lieve bedankjes van jonge kinderen en hun ouders die door hun pruik heel even kunnen loslaten dat ze ziek zijn. Ik zag ontroerende foto’s van meiden, nauwelijks jonger dan ik zelf, die dankzij een haarwerk hun zelfvertrouwen terugkrijgen omdat ze er simpelweg niet meer anders uit hoeven te zien dan hun vriendinnen. Het haarwerk helpt ze hun leven aan te kunnen, en dat allemaal met behulp van gedoneerd haar, het haar wat ik zo voor lief nam en telkens gedachteloos liet afknippen.
Ik besloot het nooit meer voor lief te nemen.

post-inge-inpost

Ik maakte een afspraak bij de kapper en liet mijn haar op één lengte knippen zodat het goed kon gaan groeien. Ik werd er zuinig op, verzorgde het goed. Knoopte in de zomer een sjaaltje om mijn haar, spoelde het uit na het zwemmen en kocht zachtere elastieken. Ik verfde, föhnde en krulde het niet, want hoewel Stichting Haarwensen weinig harde eisen stelt aan de conditie van het haar vond ik het een uitdaging het zo gezond mogelijk ‘af te leveren’.

Een jaar later liet ik een kerngezonde vlecht afknippen en doneerde hem. En dat vertelde ik aan wie het maar wilde horen, want ik merkte dat de mogelijkheid destijds nog maar nauwelijks bekendheid had. Eenmaal voorzien van een korte coupe werd ik bedólven onder de reacties, zelfs van mensen die ik nauwelijks kende, variërend van ‘stoer!’ tot ‘zonde!’. Ik vond het stoer noch zonde.

Wat ik zei was: ‘Het is maar haar.’ Wat ik bedoelde: het groeit wel weer aan. En dat deed het. Kortgeleden was ik met mijn kinderen bij de kapper en ik besloot kapster Janneke om advies te vragen (ik ben dol op Janneke, ik wilde een keer een pony laten knippen en toen zei ze ‘dat doe ik niet, dat is echt niet mooi bij jou’). Ze greep een meetlint en rolde hem uit langs mijn blonde lokken. Conclusie: kan makkelijk.

Er zit iets onmiskenbaar bevrijdends in het afknippen van je haar.

Ik maakte een afspraak en een paar dagen later was het dan zover: 30 centimeter haar werd nogmaals opgemeten, in twee vlechten gevlochten en zonder veel omhaal afknipt. Het restant van mijn haar werd omgetoverd in een vrolijke bob. De vlechten bleven achter in de kapsalon, klaar om samen met een aantal andere gedoneerde vlechten te worden verstuurd naar Stichting Haarwensen waar ze verwerkt kunnen worden in prachtige haarwerken!

Er zit iets onmiskenbaar bevrijdends in het afknippen van je haar. Toen ik naar huis liep, met mijn haar dansend boven de kraag van mijn jas, voelde ik me kilo’s lichter. Ik had niet méér gedaan dan simpelweg naar de kapper gaan en toch voelde het alsof ik echt iets betekend had die ochtend.

Renske vroeg me een gastblog te schrijven over mijn haardonaties. Ik twijfelde; je haar laten knippen steekt wel wat bleekjes af bij het doen van vrijwilligerswerk, moedig op de barricaden klimmen of actief bijdragen aan een beter milieu. Wat me over de streep trok waren Renske’s lieve woorden over hoe zelfs de kleinste daad iets bijdraagt en inspirerend kan zijn.

Het groeit wel weer aan. Het is tenslotte maar haar.

Misschien inspireert dit blog je wel om ook te overwegen je haar te doneren. Of misschien wist je helemaal niet dat er zoiets bestond en kun je er langharigen in je omgeving op attenderen. Misschien ken je iemand die te maken heeft met ongewenste kaalheid en kun je hem/haar wijzen op de mogelijkheid om kosteloos een mooie pruik te krijgen. Of misschien doet het je met een glimlach beseffen wat je, net als ik, eigenlijk allemaal dagelijks voor lief neemt. Als ook maar een van bovenstaande dingen op iemand van toepassing is dan heb ik mijn verhaal niet voor niets opgeschreven, en ik ben dankbaar dat ik het mocht doen.

Wat betreft mijn korte koppie: Daar moet ik even aan wennen, maar omdat ik al eerder met dit bijltje heb gehakt weet ik dat het niet lang duurt voor die gewenning optreedt. En zo niet, dan hoef ik alleen maar wat geduld te hebben. Het groeit wel weer aan. Het is tenslotte maar haar.

PS: Ook als je grijs, geverfd of korter haar hebt kun je doneren. Kijk eens bij de Haarstichting. Zij maken ook haarwerken voor volwassenen en stellen iets andere (soepeler) eisen.

Inge”

Verder lezen over dit onderwerp? Ik schreef er zelf ook al eens over!